Elke dag 2 ons groenten en 2 keer fruit (2x2)
Wetenschappelijke studies tonen steeds weer aan dat een ruime consumptie van groenten van belang is voor een goede gezondheid. Groenten bevatten vitamines (B, met name folaten (B11), C, E, K, etc.), mineralen (kalium, magnesium, calcium, etc.) en sporenelementen (ijzer, selenium, zink, koper, etc.).
Ook bevatten ze bètacaroteen (provitamine A) en vezels zoals cellulose, hemicellulose, inuline en pectine in het vruchtvlees en de schil. Verder zijn groenten een rijke bron van antioxidanten in verschillende vormen (carotenoïden, polyfenolen, etc.).
Groenten bevatten deze voedingsstoffen niet allemaal in dezelfde hoeveelheden. Sommige zijn rijk aan vitamine C (spruitjes, paprika), andere groenten bevatten met name veel bètacaroteen (wortels en spinazie) en weer andere bieden meer vitamine B11 (broccoli, courgette, spinazie). Elke groente heeft dus bepaalde bijzondere eigenschappen.
Hetzelfde geldt voor fruit.
Het is daarom niet alleen belangrijk om minimaal 2 ons groenten en 2 keer fruit per dag (2x2) te eten, maar ook om te variëren. En hoewel bijna iedereen weet dat groenten en fruit gezond zijn, ligt de dagelijkse consumptie beneden de aanbevolen hoeveelheid.
Een ruime consumptie van groenten en fruit heeft zowel op de lange als korte termijn een positief effect op de gezondheid. In de meeste Europese landen zijn daarom campagnes gestart, die er op gericht zijn consumenten te stimuleren gezonder te eten en te wijzen op de positieve effecten van groenten en fruit.
De belangrijkste voedingsstoffen en hun gunstige effecten op de gezondheid
De vitamines en mineralen in groenten
|
Vitamines |
Wat doen ze en waar zitten ze in? |
|
A |
- Antioxiderende werking |
|
B1, B2, B3, B5, B6 |
- Zetten voedingsstoffen uit voedsel om in "brandstof" voor het lichaam |
|
Foliumzuur |
- Nodig voor de aanmaak van rode bloedlichaampjes |
|
C |
- Voorkomt vermoeidheid, stimuleert het afweersysteem en helpt bij de ijzeropname. |
|
K |
- Belangrijk voor de bloedstolling. |
|
E |
- Antioxiderende werking. |
|
Mineralen |
Wat doen ze en waar zitten ze in? |
|
Kalium |
- Noodzakelijk voor de groei en de spierwerking |
|
Magnesium |
- Noodzakelijk voor het samentrekken van de spieren. |
|
Calcium |
- Essentieel voor de vorming, groei en stevigheid van de botten. - Diverse koolsoorten, peterselie, spinazie. |
|
IJzer |
- Bestanddeel van rode bloedlichaampjes, verbetert zuurstoftoevoer van weefsel. - Spinazie, doperwten, peulvruchten. |
|
Vezels |
- Goed voor de spijsvertering. |






